Portaalsite voor de échte zeeaquariaan

Zoeken op de site

Mini-tapijtanemoontjes (Stichodactyla tapetum)

Mini-tapijtanemoontjes (Stichodactyla tapetum)

Tekst en foto’s (tenzij anders vermeld): Jacques van Ommen - www.zeeaquarium.me

Afbeelding van Reefphotos.com

Leefgebied: Caraïbisch gebied, Rode Zee en de kust ten oosten van Afrika, de Indo-Pacific, het Great Barrier Reef en vanuit zuidelijk Japan en Vietnam.

Verlichting: Matig tot veel

Stroming: Lichte stroming

Voeren:  Bijvoederen

Houdbaarheid: uitstekend. Ik houd mijn mini-tapijtanemonen op een temperatuur van 24 tot 25 °C.

In navolging op mijn vorige artikel over tapijtanemonen wil ik deze keer graag mijn ervaringen delen met betrekking tot de mini tapijtanemonen.

Deze anemonen worden helaas, omdat vooral de mooiste exemplaren met felle kleurcombinaties nogal prijzig zijn, niet veel in aquaria gehouden, hoewel het juist gemakkelijk houdbare dieren zijn. Je moet natuurlijk wel weten hoe deze dieren te verzorgen, maar dat geldt voor alle dieren in ons aquarium.

Een blauw en rood exemplaar in mijn aquarium

In het verleden heb ik al eens iets over deze prachtige dieren gepubliceerd maar dat was meer een aankondiging van het feit dat ze nu eindelijk ook in Nederland werden geïmporteerd.

Ze zijn er in praktisch alle kleurencombinaties, zelden in één enkele kleur. In Nederland worden ze, voor zover ik het weet, geïmporteerd uit het Caraïbisch gebied en Vietnam. Als ze toekomen zien ze er niet altijd zo mooi uit als in de natuur het geval is. Door het transport kunnen ze wat van hun kleur verloren hebben, maar laat je niet misleiden, na een paar weken in jouw aquarium zullen ze, bij een goede verzorging, hun prachtige kleuren weer tonen. Ik heb ze in verschillende winkels gezien en daar waren ze niet groter dan ongeveer 6 tot 10 cm. Ze worden in het aquarium groter en mooier. Het Het heeft ook te maken met uit welk gebied ze komen. Exemplaren vanuit het Caraïbische gebied blijven iets kleiner dan bijvoorbeeld die exemplaren die vanuit het oosten worden geïmporteerd. Vangsten uit Vietnam kunnen tot 20 cm en zelfs iets meer bereiken, de Caraïbische soort is ruim 15 cm.

In de natuur worden ze bewoond door symbiose garnalen (Thor amboinensis en Periclimenes sp.). Anemoonexpert Dr. Dauphne Fautin en haar collega's hebben eens gemeld 11 symbiose garnalen op één enkel wild exemplaar aangetroffen te hebben. Er zijn geen meldingen gekend van symbiose met vissen. In mijn aquaria worden ze niet bewoond door mijn symbiosekrabbetje en -garnaal. Ook de Amphiprion percula vinden deze anemoontjes niet interessant. Een mini tapijtanemoont kan netelen maar ze netelen niet zo sterk als bijvoorbeeld de Stichodactyla hadoni. Mini tapijtanemonen groeien vrij snel onder een goede verlichting, maar u moet ook bijvoederen met bijvoorbeeld bevroren (verrijkte) Artemia, Mysis, krill of andere vlezige voedingsmiddelen. In een gezond aquarium kunnen ze leven van het licht in combinatie met de vangst van kleine amphipoda en andere voedseldieren die niet direct worden geconsumeerd door medebewoners tijdens het voederen. Maar ik adviseer geregeld voederen ( twee- tot driemaal per week) voor alle tapijtanemonen, groot en klein. Net als andere anemonen, kunnen ze soms pakketten van verteerd materiaal uitwerpen om zich te ontdoen van overtollige afvalstoffen. Dit is normaal.

Grote voedseldelen worden door mijn mini-tapijtanemonen niet of slecht opgenomen. Ik voeder ze, ter herinnering, Mysis, krill, kleine regenwormen, kleine Noorse garnalen en ander klein diepvriesvoedsel dat ik over ze heen spuit. Ze houden het voedsel minder stevig vast dan bv. de grotere tapijtanemonen en ik moet erover waken dat de vissen het voedsel niet uit de anemonen trekken. Klein voedsel is geen probleem, dat houden ze goed vast. Ik weet niet of dit in de natuur anders is, maar ik denk dat in de natuur het niet (vaak) voorkomt dat er een complete vis in dit soort anemonen terecht komt.

Wat het voederen betreft had ik in eerste instantie geen ervaring en heb ik dat moeten uitproberen. Het lijkt mij (ik heb ze nu al een aantal jaren) dat twee- of driemaal per week voldoende moet zijn. Ze groeien bij mij op dit dieet als kool. Een paar maanden na aanschaf waren ze in omvang bijna verdubbeld. Een marine bioloog die verstand van zeedieren had - en dat heeft niet iedere bioloog zoals helaas veel mensen denken (een zeeaquarium houden is een specialiteit) - liet mij weten dat men moet oppassen met teveel voederen. Vooral met betrekking tot anemonen die zoöxanthellen bevatten, zoals de bekende rode tepelanemoon. De massa van een anemoon is veel minder dan je zou verwachten. Kijk maar eens indien een anemoon om welke reden dan ook, zichzelf intrekt. Er blijft dan ook bijna niets van over. Mensen die eigenwijs zijn en toch grote brokken voedsel gebruiken of gewoon teveel voederen, verontreinigen hun aquarium alleen maar. De anemoon zal het voedsel (en dat zie je niet altijd) later gewoon weer uitspuwen.

Helaas worden de blauwe mini tapijtanemonen niet zo mooi donkerblauw als Stichodactyla haddoni.

Bij mijn klanten wiens ik aquaria verzorgde, werden de zogenaamde tepelanemonen (ook sommige andere) en ook cerianthussen helemaal niet gericht gevoederd. Dat kon ik de mensen niet laten doen. Deze anemonen aten met de pot mee. Dat wil zeggen dat ze, wanneer de vissen gevoederd werden, drie maal per week, ze meeaten door het voedsel te vangen dat niet direct werd opgegeten. Bij een klant stonden ongeveer een twintig tepelanemonen en twee cerianthussen in het aquarium en iedere maand oogstte ik wel een tepelanemoon. Ze bleven groeien en delen. Het leken wel glasanemonen. Heeft iemand trouwens die wel eens gevoederd? Neen toch! En toch blijven ze maar groeien en zich vermeerderen.

In de loop der tijden heb ik in mijn aquarium een groepje van vijf stuks kunnen vormen met verschillende kleuren(combinaties). Blauw, paars, rood, geel en groen. Om een beeld te krijgen van die kleurenpracht moet je nog maar eens goed kijken naar de afbeelding van Reefphotos.com aan het begin van dit artikel.

In mijn aquarium staan ze tussen softkoralen, poliepen en oren, zonder die dieren te beschadigen. Mijn grote tapijtanemonen staan wel apart, zodat ze andere dieren niet kunnen netelen.

De mini-tapijtanemonen kunnen andere dieren irriteren maar daar is alles mee gezegd.

Ze zetten zich vast tussen de stenen en niet in een dikke zandbodem zoals Stichodactyla hadoni prefereert. Indien je een dunne laag zand in het aquarium hebt, kunnen ze zich wel op de bodem vastzetten.

Als je deze anemonen tussen een paar stenen laat vallen zullen ze zelf een plekje zoeken dat aan hun behoefte voldoet. Ben je het niet eens met de uitgekozen plek dan heb je pech. Anemonen die niet op een goede plek staan gaan lopen om een betere plek te vinden. Je kunt het nog eens proberen op een andere plek in het aquarium. Je bent wel groter en je wilt graag de baas spelen, maar die kleine anemoon is eigenwijs en bepaalt zelf wel op welke plaats er de beste levensomstandigheden zijn. Kun jij tegen je verlies?

 

Drie van mijn mini tapijtanemonen in het zand op stenen. Zelf uitgekozen en daar staan ze nu al jaren.

Dit is een bijna helemaal paars exemplaar. Was licht roze van kleur bij de aanschaf.

Voortplanting

Een van de interessantste mogelijkheden met betrekking tot mini-anemonen is dat ze “gemakkelijk” kunnen worden vermenigvuldigd. J kunt een mini-tapijtanemoon in tweeën snijden met een scherp scheermes. Dwars door het midden. Zie de films op Youtube. Dompel de twee stukken kort in een iodine/zout water oplossing en plaats ze daarna in je aquarium in een heel lichte stroming. Binnen drie tot vijf weken (als alles goed gaat) bezit je twee perfecte kleine anemonen en het sterftecijfer is relatief laag. Uit zichzelf zullen ze zich tevens reproduceren, asexueel delen door splitsing, maar dat gaat niet zo snel als bijvoorbeeld bij de rode tepelanemoon het geval is en in het aquarium komt dit zelden voor. Als je deze anemonen eens “uit wil proberen”, houd er dan wel rekening mee dat ze in de winkel, zover mijn ervaringen gaan, vaak kleiner zijn dan ze in uw aquarium kunnen worden en ook vaak niet helemaal op kleur zijn. Helaas is het zo dat de mooiste en kleurrijkste dieren voor hogere prijzen verkocht worden. De dieren waarvan je in dit artikel de afbeeldingen ziet, heb ik aangeschaft voor ongeveer 35 euro. Ik heb bij de handel ook prijzen van boven de 40 euro gezien voor exemplaren die groter en kleurrijker waren. Nu, in 2019 zijn de prijzen iets hoger maar boven de 40 euro heb ik ze nog te koop gezien.

Houd er rekening mee, en dat geldt voor alle anemonen, dat hoe klein ze ook zijn, ze een eigen wil hebben. Ze zoeken zelf hun plekje en je kunt hoog en laag springen, je verliest het altijd. Kun je tegen je verlies dan heb je een fantastisch aquarium wat de kleuren betreft, maar wat ik veel belangrijker vind, ook wat beweging betreft. Een meerwaarde ten opzichte van die statische koralen die lekker gemakkelijk op hun plek blijven staan of dood gaan als ze verkeerd staan. Anemonen in het algemeen hebben karakter en zijn niet voor luie mensen bestemd maar staan voor beweging, symbiose, uitdaging en prachtige kleuren. Geen statisch geheel maar een ware, levende, bewegende aquariumgemeenschap, met uitdagingen. Wat is dat prachtig voor de echte zeeaquariaan.

 

Door een probleem met mijn filter tijdens mijn vakantie ontstond er een algenplaag. Geen probleem voor de mini tapijtanemonen

Ik wens je heel veel plezier met jouw aquarium en wees geen hebber maar een liefhebber, met respect voor de natuur!

De slak die lopen kan - Heremietkreeften

De slak die lopen kan.

Jacques van Ommen (www.zeeaquarium.me)  (Afbeeldingen uit eigen aquarium tenzij anders vermeld.)

Welke zeewaterliefhebber kent de heremietkreeft niet? Ze komen in vrijwel alle zeeën voor. Er bestaan heel kleine soorten, amper een cm groot, maar ook grotere soorten tot wel een cm of 20/30 zoals de Petrochirus uit het Caribische gebied.

Deze heremietkreeft uit de Middellandse zee heeft zijn oorspronkelijke bewoning verwisseld voor een groter huis.

De Heremietkreeft of heremietkrab (PAGUROIDEA) is een kreeftachtige uit de orde van tienpotigen. Het is geen echte kreeft of echte krab. Heremietkreeften behoren tot een groep daartussenin, de ANOMURA, samen met onder andere de porseleinkrabjes (PORCELLANIDAE) en de oprolkreeftjes (GALATHEIDAE). Het zijn tienpotige kreeftachtigen, bewoners van lege slakkenhuisjes.

Taxonomische indeling

Rijk:

Animalia (Dieren)

Stam:

Arthropoda (Geleedpotigen)

Klasse:

Malacostraca

Orde:

Decapoda (Tienpotigen)

Familie:

PAGURIDAE

Geslacht:

Pagurus

   

Soort: Pagurus bernhardus    Linnaeus, 1758

De heremietkreeft heeft in tegenstelling tot de meeste kreeftachtigen geen gepantserde staart maar slechts een week achterlichaam. In de wereld van eten of gegeten worden kan een dier met zo'n week achterlichaam niet lang overleven. Er moest dus een vervangend pantser worden gezocht. Een leeg slakkenhuis bleek de oplossing. Het achterlijf paste zich prima aan door zich gekromd te ontwikkelen met aan het einde een soort grijphaak zodat het uitstekend in het slakkenhuis past. ( Afb, NRC ) 

De heremiet kan vrij kleurloos zijn maar ook juist heel kleurrijk. Dat kleurrijke aspect is doorgaans slecht waar te nemen omdat het grootste deel van zijn lichaam verborgen blijft in het slakkenhuis dat het dier bewoont. Slechts de poten, ogen en tasters van de kreeft zijn doorgaans zichtbaar. Vooral de poten kunnen heel mooi zijn. In mijn aquarium komt o.a. een tropische soort voor met fel rode poten die een sterk contrast vormen met een witte schelp waarin het diertje leeft.

De meeste kleinere soorten zijn vrij onschadelijk voor ons aquarium-milieu en eten voornamelijk algen en klein afval, de grotere exemplaren vooral ook aas. Het zijn goede opruimers na het voeren. De grotere soorten kunnen lastig zijn omdat ze in het algemeen vrij sterk zijn en bij het zoeken naar voedsel onze zo mooi opgebouwde stenen kunnen verplaatsen met alle gevolgen van dien. Ook komt bij die grotere soorten het nogal eens voor dat de kleinere soortgenoten als hartige hap worden geconsumeerd en zelfs vrij zwemmende vissen kunnen gepakt worden. Ook moet men voorzichtig zijn met het combineren van een grotere heremietkreeft met sommige steenkoralen en doopvontschelpen. Houd hier rekening mee wanneer u besluit tot aanschaf van een heremietkreeft. Grote Dardanus-soorten staan bijvoorbeeld bekend als rovers. Vooral de Dardanus megistos, een prachtige grote rode heremietkreeft komt nogal eens binnen. Een echte rover. Dardanus tinctor en Dardanus deformis dragen meestal een anemoon met zich mee en zijn in een speciaalbak  een interessante optie. De Calcinus soorten daarentegen zijn klein blijvend en onschuldig. Prima voor de gezelschapsbak.

Coenobita compressus

De heremietkreeft of heremietkrab zoals dit dier ook wel genoemd wordt is vooral bekend om zijn manier van wonen. Het dier woont in de meeste gevallen in een slakkenhuis (in geval van nood kan ieder passend hol voorwerp als behuizing worden genomen) dat hij of zij op de één of andere manier heeft bemachtigd. De vorige bewoner van dat huis is vertrokken, wel of niet vrijwillig, en de woning komt beschikbaar. Wanneer de heremiet groeit dan groeit betrokkene letterlijk zijn huis uit. De heremietkreeft heeft dus een probleem. Wanneer de heremiet verschaalt en groeit kan zijn woning te klein worden. Hij moet dan doorstromen naar een grotere woning. Helaas, er schijnen weinig makelaars in zee te wonen die een geschikte woning voor onze heremietkreeft kunnen vinden. Het komt dan ook regelmatig voor dat onze huizenzoeker letterlijk uit zijn woning groeit omdat er geen, of te weinig aanbod bestaat. Er kan dan een echte woningnood ontstaan. (Toen bij ons voor de kust de Wulk sterk in aantal terug liep nam het aantal grote heremietkreeften drastisch af.) Regelmatig wordt dan ook alles wat maar enigszins voor een geschikte woning kan doorgaan op geschiktheid onderzocht. Wanneer onze kandidaat een geschikte woning heeft gevonden en die uitvoerig heeft geïnspecteerd gaat de verhuizing plaatsvinden. De heremiet is echt de kampioen onder de verhuizers. Hij is een echte doe het zelf-verhuizer. Zijn verhuizing geschiedt in een fractie van een seconde. Doe hem dat maar eens na. Die snelheid is verschrikkelijk belangrijk, want tijdens die verhuizing is het dier onbeschermd. Zoals u weet zijn de meeste kreeftachtigen voorzien van een uitstekend pantser dat een goede bescherming biedt tegen predicaatoren. De heremietkreeft is wat dat betreft slecht bedeeld. Het lijkt wel of de schepper hier iets vergeten is. Onze heremiet heeft geen gepantserde staart of achterlijf, maar slechts een heel week en zacht achterlichaam. Wanneer een rover (die net zo gek is op kreeftachtigen als ondergetekende) toevallig langskomt, zou die in de verleiding kunnen komen om op dat moment “kreeft “ te willen eten. Het is dus zaak dat de heremietkreeft zo snel mogelijk zijn zachte onbeschermde delen verbergt in zijn gevonden slakkenhuis. Eenmaal in het slakkenhuis zit hij goed. Zijn kop en poten die niet zacht zijn kan hij ook nog intrekken zodat hij, wanneer zijn woning niet te klein is, met zijn scharen en poten een deur kan vormen om daarmee zijn woning af te sluiten. Sommige exemplaren kunnen zich zo ver in de schelp terugtrekken dat ze niet eens meer te zien zijn.

 

Deze kreeftjes heb ik tijdens één van mijn vakanties aan de Rivièra meegenomen

Niet alle heremietkreeften bewonen een schelp. Er zijn er ook die een spons als woning gebruiken of zelfs een bepaalde koraalsoort. Het voordeel daarvan is dat er niet verhuisd hoeft te worden wanneer de bewoner groeit omdat de spons of het koraal kan mee groeien. Door deze manieren van bewoning blijft de heremiet mobiel en kan hij zijn kostje bij elkaar scharrelen en zich ook van een partner voorzien. Sommige heremieten zijn heel slim. Die gebruiken ter verdediging van zichzelf één of meerdere anemonen. (Zie afbeelding) Die anemonen hechten zich met hun voet op de schelp en vormen met hun tentakels een prima bescherming voor de heremiet. Wanneer de heremiet gaat verhuizen verhuist de anemoon mee. De anemoon wordt door de heremiet van zijn oude woning afgeplukt en op zijn nieuwe onderkomen neergezet. Als beloning voor deze diensten kan de anemoon de etensresten die de heremiet morst of laat liggen consumeren. Bovendien door het constant verplaatsen van de heremiet kan de anemoon met zijn tentakels de omgeving als het ware afstropen op iets eetbaars. Een symbiose-vorm dus. Het viel mij op dat in mijn aquarium de anemoontjes op de schelp bij aanraking van wieren en steen hun tentakels lieten uitstaan. Maar wanneer een ander dier het anemoontje raakt dan laat het slijmerige draden los die voor een eventuele vijand bij aanraking niet prettig zullen zijn.

Heremietkreeften zijn niet echt sociale diertjes. Ze hebben geen moeite met het uit huis zetten van andere bewoners als ze hun zinnen hebben gezet op hun huisje. Dat de bewoner niet vrijwillig de woning verlaat is geen bezwaar en wordt na gewelddadige uitzetting meestal ook nog opgegeten.

Deze Heremiet uit de Middellandse zee trekt zich niets aan van de tropische anemonen  in mijn aquarium. Zelfs de tapijtanemonen worden zonder problemen gepasseerd.

Heremietkreeften worden klein geboren en groeien natuurlijk ook nog. De bevruchte eitjes van de Heremietkreeften worden door het vrouwtje mee gedragen. Na het uitkomen van de eitjes leven de jonge Heremietjes nog een tijdje, een aantal weken, zonder huisje. Daarna moeten ze zo snel mogelijk een huisje vinden van bijvoorbeeld een kleine slak anders worden ze niet oud. Na iedere vervelling moeten ze een grotere woning innemen. Dat kan een probleem worden als er geen grotere behuizingen beschikbaar zijn. Bewoond of onbewoond dat maakt niet veel uit. De bewoners worden gewoon uitgezet. Dat gebeurt onder andere door net zo lang op het huisje van de ander te tikken tot de ander het opgeeft en zijn huisje verlaat. Er wordt dan gewisseld. De sterkste gaat met het grootste huisje aan de haal en de verliezer moet zo snel mogelijk proberen hetzelfde spelletje te spelen met een ander om een groter huis te bemachtigen. Dit ritueel is regelmatig in het aquarium te aanschouwen.

Een heremiet (DIOGENIDAE) wil verhuizen. Aan de linkerkant twee verre familieleden uit de Middenlandse Zee. Deze dieren leven zonder problemen in mijn bak.

Een uitzondering.

Op het land leeft een soort Birgus latro genaamd die meen ik de enige soort is die voldoende bepantserd is zodat het geen huisje hoeft te regelen. Jonge dieren hebben nog wel een schelp nodig maar oudere dieren ontwikkelen een soort pantser zodat ze geen schelp meer nodig hebben. 

Ik was eens op vakantie op een heel mooi klein eiland voor de kust van de Sahara. Het eilandje genaamd La Gomera maakt deel uit van de Canarische eilanden en ligt op de grens van de warme golfstroom zodat het water zomers tot 25 graden komt en ‘s winters daalt tot plusminus 16 graden. In dit op het Middellandse Zee biotoop gelijkend onderwatergebied kwam ik een Heremietje tegen die leefde in spleten van rotsen. Dit zijn waarschijnlijk de jongere exemplaren die nog geen huisje hebben kunnen bemachtigen. Ik heb uit dat poeltje een Heremiet meegenomen die een onderhuurder op zijn/haar huisje bij zich had.

In mijn aquarium had ik een al aantal van deze soort rondscharrelen en het grappige is dat ik nu zag dat er twee exemplaren een huisje bewoonden waarop onderhuurders woonden. Ik had er dus blijkbaar nog eentje met onderhuurder meegenomen. In het ene geval betrof het één onderhuurder en in het tweede geval zelfs twee medebewoners. ( Zie afbeelding)  Deze huisjes waren begroeid door een korstalg die een paar spleten vormt. In die spleten woonden jonge soortgenoten die ook in de rotsspleten van het poeltje woonden van waaruit ik ze had meegenomen. Deze kamerbewoners konden dus niet zonder gevaar zelfstandig rondlopen maar waren afhankelijk van de hoofdbewoner. De etensresten die de hoofdbewoner morst zijn waarschijnlijk het voedsel voor de medebewoners. Wanneer de heremiet tussen de bealgde stenen doorkruipt kan de medebewoner natuurlijk ook mee-eten van de bealgde stenen. Het is een heel grappig gezicht dit lopend flatgebouw. Na verloop van tijd zullen deze jonge exemplaren toch op zoek moeten gaan naar een eigen huisje. Ik moest dus op zoek naar kleine slakkenhuisjes.

Het is moeilijk te zien, maar op deze schelp wonen in twee kleine spleten nog twee jonge onderhuurders. Jonge heremietkreeftjes van een paar millimeter groot. Mijn vangst uit een poeltje van het eiland La Gomera.

De vangst, 5 stuks, in mijn aquarium.

 

Noordzee.

In de beginjaren zeventig nam een kennis me mee naar de Hondsbosse zeewering in Noord Holland. Deze kennis wilde een zeeaquarium gaan opstarten en bevolken met eigen vangsten uit de Noordzee. Toe zag ik voor het eerst een slak die kon lopen. Natuurlijk werd ik uit die droom geholpen want slakken kruipen en lopen niet. Het was de eerste heremietkreeft die ik mocht aanschouwen. Het bleek de zogenaamde kleine heremietkreeft te zijn. Deze heremiet werd mee genomen naar het aquarium van mijn kennis. Ik kwam regelmatig langs om naar onder andere die vangst te kijken. Toen werd ik gegrepen door het ‘zeeaquariumvirus”. Ik begon zelf een zeeaquarium op te starten en ging op jacht langs de Nederlandse kusten. In die tijd kon dat nog, er was veel te zien en te vinden. Helaas kom ik nog wel eens op mijn eerste vangplaatsen om eens rond te kijken maar helaas, er is tegenwoordig maar weinig meer te zien. In die tijd kwam ik zoals gememoreerd, bij de Hondsbosse zeewering nog wel eens de kleine heremietkreeft (11 mm) tegen. De linker schaar van deze soort is veel groter dan de rechter. Bij de gewone heremietkreeft is dat net andersom. Daarnaast is de kleine heremietkreeft grauw grijs van kleur. De Grote gewone heremiet heeft oranjerode poten. De kleine heremietkreeft is een soort die af en toe bij ons voor de kust voorkomt als de temperatuur van het zeewater wat hoger is.

Kleine heremietkreeft: Diogenes pugilator heeft een rugschild van ongeveer 11 mm en een lichaamslengte tot 25 mm.
Volwassen dieren leven voornamelijk in kleinere schelpen van tepelhorens, trapgevels, wenteltrapjes en alikruiken.
Bij deze soort is kenmerkend dat de linkerschaar het grootst is en blauwachtig gekleurd. Het heeft behaarde voelsprieten en leeft ondiep in voornamelijk getijdenpoelen, bij voorkeur langs zandstranden. Het verspreidingsgebied is meer zuidelijk. Heeft voorkeur voor wat warmer water. Was vóór 1991 nog erg schaars in Nederland.

Kleine Heremietkreeft (Foto: Wikipedia)

Gewone Heremietkreeft - Pagurus bernhardus Foto: Ecomare

De gewone heremietkreeft is een groter exemplaar met een rugschild tot ¾ cm en een lichaamslengte tot ruim 10 cm. Deze soort leeft vooral in de schelpen van de Wulk en de Noordhoren. De rechter schaar is  het grootst, roodbruin met wit.
Dit dier heeft kale voelsprieten en leeft, tot ca 140 m diep, bij voorkeur in een omgeving met harde bodems. Het heeft een tamelijk groot verspreidingsgebied,.
In Europa van Midden-Noorwegen (en IJsland ) t/m Portugal en de Middellandse Zee en aan de andere kant van het ”grote water” langs de oostkust van de Verenigde Staten en Canada.

Gewone heremietkreeft is de Nederlandse benaming voor de grote Heremietkreeft die meestal in een wulkschelp leeft als volwassen dier. Ik heb ze beiden verzorgd in mijn (gekoeld) koudwater aquarium. De grote heremiet is een krachtpatser die zelfs grotere stenen omverduwt en ook roofzuchtige neigingen vertoonde

De Heremietkreeften uit de Noordzee zijn , of ik moet eigenlijk zeggen waren, vaak te vinden langs de kust tussen de stenen bij dijken en na stormachtig weer ook op het strand.

Een uitzondering die toch even genoemd moet worden is Pagurus prideauxi. Deze heremietkreeft leeft in symbiose met een anemoon zoals dat wel vaker voorkomt bij tropische soorten.

Tot zover de koudwater heremietkreeften.

Middellandse zee.

Tijdens een van mijn vakanties in Zuid Frankrijk aan de Middellandse zee zag ik ook wandelende slakken. Hele poeltjes vol jonge dieren met hier en daar een volwassen exemplaar. Ik begon toen met mijn Middellandse zeeaquarium. Weer zelf vangen. Dat was een hele bedoening. Tijdens mijn vakanties werd er van alles verzameld in emmers en potten. Op de laatste dag werd alles klaargezet. De volgende dag, onze terugreis dag om ‘s ochtends rond een uur of zes, werd er ingepakt. Snel nog water ververst en alle dieren in de koelboxen. Omdat we twee grenzen moesten passeren, die tijd was er nog grenscontrole, werd er zoveel mogelijk bagage op die koelboxen gelegd om gevaarlijke vragen aan de grens te voorkomen. De reis terug duurde ongeveer dertien uren en dat betekende dat we regelmatig een stop moesten inlassen om water te verversen. Dit gebeurde meestal op parkeerplaatsen. Het zal wel een vreemd gezicht geweest zijn om die waterwissel te zien.

De klein blijvende heremietkreeften uit o.a. de Middellandse zee met de naam Clibanaris erythropus leven in de slakkenhuisjes van de slakken die in dezelfde poeltjes leven. Het is dan ook moeilijk om onderscheid te maken tussen de slakken en de heremietkreeften als ze zich niet bewegen zoals ik al heb aangegeven eerder in dit artikel. Deze soort is prima te verzorgen zowel in een subtropisch aquarium als in een tropisch aquarium dat niet boven de 25 graden uitkomt en worden een paar jaar oud. Het blijken ook goede algen eters te zijn en eten verder met de pot mee.

Gaat u ook eens op vakantie naar de Middellandse Zee, kijk dan eens nauwkeurig in de kleine poeltjes. Daar ziet u vast en zeker regelmatig een heleboel kleine slakkenhuisjes liggen. Blijf kijken want dan ziet u dat deze schelpjes kunnen lopen. Pak er eens eentje op en bekijk hem eens goed. Waarschijnlijk ziet u niets. Het lijkt een lege schelp. Maar laat u niet bedotten. Na verloop van tijd zal de bewoner zich laten zien door zijn poten naar buiten te steken. Gebeurt dat, dan heeft u waarschijnlijk een Clibanaris erythropus in uw hand één van de meest voorkomende heremietkreeft van de Middellandse zee. (Wanneer u dit diertje terugzet in het water vergeet dan niet de lucht uit de schelp te laten ontsnappen) Die zijn herkenbaar aan de witte en rode streepjes op het laatste deel van de poten. De scharen zijn bijna even groot en ze hebben rode tasters. Ze zijn goed te houden in een tropisch aquarium waarin de temperatuur niet boven de 25 graden komt. Zelfs bij hogere temperaturen zullen ze het wel uithouden maar dan vraagt u wel erg veel van het diertje. Geef hem in het aquarium een paar extra slakkenhuisjes liefst een maat groter met de opening aan dezelfde kant (dit in verband met de kromming van het achterlichaam) en wie weet kunt ook u zo'n verhuizing meemaken.

De Eupagurus anarchoretus, herkenbaar aan de bonte kleur vooral op de uiteinden van de poten, leeft solitair tussen de rotsen in de bovenste waterlaag van o.a. de Middellandse zee. Lengte ongeveer 1 cm. De Clibanarius erythropus uit de Middellandse zee, afmetingen 10-12 mm, is vaak in poeltjes te vinden en herkenbaar aan de rode oogstelen. Verder roodbruin of groenachtig van kleur met streepjes op de scharen en poten. Deze soorten zijn prima te houden in een gemengde bak evenals de kleinere tropische soorten, maar wees voorzichtig met grotere exemplaren.

Vangst vanuit een poeltje aan de Middenlandse zee in mijn opvangbakje.

Tropisch.

Toen ik toevallig in een winkel kwam die een aquariumafdeling bezat kwam ik in aanraking met het tropisch zeeaquarium.

En ook daar leven heremietkreeften in. Hier kom je de meest kleurrijke diertjes tegen voor zover je de kleuren kunt zien. De kleinere exemplaren geven geen problemen maar houd rekening met de grotere. Die kunnen de zorgvuldig opgebouwde koraalconstructies wel eens verbouwen. In mijn bakken had ik ook wel eens een probleem met doopvonten en slangsterren die beschadigd raakten door deze dieren. Wilt u ze in uw bak verzorgen, zorg dan voor gericht voeren van de grotere exemplaren. U kunt er dan jaren plezier van hebben. Wat de kleinere soorten betreft, die zijn onschadelijk wanneer ze voldoende voedsel ter beschikking hebben. In een schone bak moet ook gericht gevoerd worden. Eigenlijk zijn deze dieren niet geschikt voor overdreven schone en nieuw ingerichte bakken.

Er worden af en toe ook wel eens exemplaren te koop aangeboden met een spons als woning of een anemoon als medebewoner. De anemoon leeft op de schelp en zorgt voor bescherming van de heremiet. Die kan dan mee-eten wanneer de heremiet een maaltijd nuttigt. Zorg er in het aquarium dan ook voor dat die anemoon te eten krijgt. Heremietkreeften kunnen plankton uit het water filteren en kleine voedseldiertjes van de zandboden opnemen maar ook algen en aas wordt gegeten. In het aquarium voer ik ze met Mysis, grill en stukjes mossel. Het spreekt natuurlijk vanzelf dat u enkele gelijke of grotere bewoningen (met de juiste wenteling) moet aanbieden om ervoor te zorgen dat het dier kan groeien en/of de bewoning kan vernieuwen in geval van beschadiging of veroudering.

Er bestaan ook heremietkreeften die op het land leven in (slakken)huisjes die vanuit zee worden aangespoeld of, aan gebrek daaraan, zelfs in blikjes of op schelp gelijkende bouwsels die als woning gebruikt kunnen worden.

Ik heb eens een verkoper horen zeggen dat het huisje waarin de heremietkreeft woonde zou meegroeien. Dit geeft weer eens aan dat niet alle, voor een autoriteit aangezien wordende personen, (of die daarvoor willen doorgaan, zoals bijvoorbeeld mensen met een titel, mensen die lezingen houden of boekjes schrijven zonder praktijkervaring) weten waarover ze het hebben. Ze slaan nog wel eens de plank mis is mijn ervaring. Boekenwijsheid is geen praktijkervaring. Ik heb in mijn bijna vijftig aquariumjaren al zoveel onzin gehoord van die mensen dat ik nu zeer kritisch ben geworden en mijn kennis opdoe van ervaren liefhebbers en/of ervaren verkopers.

 Ik wil u dan ook met klem aanraden, wees altijd goed voorbereid met betrekking tot uw aankoop en zorg ervoor dat u alle benodigde info ter uwer beschikking hebt van ervaren zeeaquarianen. Niet iedereen kan alles weten maar helaas doen veel mensen wel alsof. U gaat wel met een levend dier om en heb daar respect voor.

Ik wens u veel plezier met het verzorgen van het zeeaquarium.

Heremiet  met anemoon. 

Heremietkreeften in mijn aquarium zijn prima met anemonen te houden zoals u hier in mijn bak ziet. Na een korte verkenning door de heremietkreeft vervolgt het zijn/haar eigen weg.

Deze soort leeft al jaren in mijn aquarium en vindt zijn/haar eigen kostje. Prima houdbaar.

Blauwpoot en Midd.zee heremiet

 

Deze Heremietjes uit de Midd.zee leven al meer dan een jaar in mijn aquarium.

Sabellastarte spectabilis, de Indische kokerworm (Grube, 1878)

Sabellastarte spectabilis, de Indische kokerworm (Grube, 1878)

  Links Sabellastarte spectabilis en rechts Sabellastarte sanctijosephi in mijn aquarium

Sabellidae of waaierwormen vormen binnen de stam van de Ringwormen (Annelida) een familie uit de orde Sabellida van de klasse van de Borstelwormen (Polychaeta).
De tentakels van deze kokerbewoners waaieren door het water waardoor voedsel kan worden uitgefilterd en zuurstof kan worden opgenomen. Het lichaam van de worm bestaat uit een kop, een cylindervormig, gesegmenteerd lichaam dat is verdeeld in een borstdeel en een achterlijf. De kop bestaat uit een prostomium (gedeelte voor de mondopening) en een peristomium (gedeelte rond de mond) en draagt gepaarde aanhangsels (palpen, antennen en cirri). De soorten waarvan de koker uit kalk bestaat hebben een soort stop waarmee zij de koker kunnen afsluiten als de tentakels zijn ingetrokken.

De familie Sabellidae omvat een vijftigtal genera, onderverdeeld in drie onderfamilies en enkele incertae sedis (onzekere classificatie).

Enkele soorten zijn:
Bispira volutacornis (Montagu, 1804)
Fabricia stellaris (Müller, 1774)
Myxicola infundibulum (Montagu, 1808)
Sabella pavonina (Pauwkokerworm) Savigny, 1822
Sabella spallanzanii (Gmelin, 1791)
Sabellastarte spectabilis (Indische kokerworm) (Grube, 1878)
Sabellastarte magnifica (Shaw, 1800)
Sabellastarte sanctijosephi (Gravier, 1906)


  Sabellastarte spectabilis

Hun leefgebied situeert zich in de Indische Oceaan. De koker is 10 tot 20 cm lang en heeft een doorsnee van 1 tot 2 cm. De tentakelkroon heeft een doorsnee van 5 tot 10 cm. De kokerworm leeft veel in spleten tussen koralen of ingegraven in de bodem. Enkele soorten kokerwormen, zoals de Sabella pavonina kunnen zich explosief vermeerderen in het aquarium, doch een vermeerdering van de Sabellastarte spectabilis werd nog niet vermeld. Deze laatste was tot voor enkele jaren bij de liefhebbers en nu nog steeds in de handel bekend als Sabellastarte indica (Savigny, 1822), doch dit is een basionym (De term ‘basionym’ wordt gebruikt om aan te geven welke naam de oorspronkelijke, geldig gepubliceerde naam van het taxon was. Als de binominale naam van een soort bijvoorbeeld is gewijzigd, is de vroegste naam het basionym).

De kleuren van de tentakelkroon van de kokerworm variëren per worm, meestal afhankelijk van het gebied van herkomst. De kokers worden uit verschillende materialen opgebouwd, vaak uit polysachariden die de worm uitscheidt en verstevigt met modder, slijk et cetera. Soms zijn de kokers ook met zandkorrels of andere vaste materialen aan de buitenkant voorzien. De wormen houden zich steeds in hun koker op en verlaten deze niet vrijwillig.

Als men precies wil weten om welke soort het gaat, is het nodig de worm uit de koker te halen, wat meestal de dood van de worm tot gevolg heeft.

De tentakelkroon met daar middenin de mond is gewoonlijk het enige wat men van de worm te zien krijgt. Deze kroon trekt zich terug in de koker, bijvoorbeeld als er gevaar vanuit de omgeving dreigt. Het lichaam is uit zeer kleine borstdragende segmenten opgebouwd en ziet er daardoor zeer glad uit. Het lichaam wordt naar het einde toe steeds smaller.

Het lichaam is in twee gedeelten opgedeeld, nl. thorax (borstgedeelte) en abdomen (achterlichaam). De hoofdtakken van de tentakelkroon dragen zijtakken, die met zeer fijne haartjes begroeid zijn. Hiermee wordt voedsel gevangen en naar de mond gebracht.


  Sabellastarte sanctijosephi. Hier is duidelijk het “lederen” koker te zien dat de worm zelf aanmaakt. Foto: Germain Leys

Voorwaarde voor het houden van een kokerworm in een aquarium is dat er voldoende plankton of ander klein organisch materiaal in het water aanwezig is. Als de kokerworm niet voldoende voedsel krijgt kan hij zeer snel afsterven.
Een kokerworm plaatst men in een al of niet geboord gat in bijvoorbeeld een levende steen of in een spleet tussen steenkoralen. Na enige tijd groeit de koker vast aan de steen of het koraal. Een goede waterkwaliteit is ook noodzakelijk om de kokerworm in goede conditie te houden. Voldoende stofvoeder en een goede waterkwaliteit gaan vaak niet samen in onze aquaria, dus een goede filtering en veelvuldige waterwissels zijn aangewezen. Voor kalkkokerwormen dient een grotere densiteit en een hogere calciumwaarde nagestreefd te worden. Een goede stroming is ook een must om deze dieren van voldoende voedsel te kunnen voorzien.
Vooral de Sabellastarte-soorten vereisen een zeer fijn bodemsubstraat. In de natuur zullen ze het vaakst voorkomen op modderige zandbodems. Deze bodem hebben ze nodig om hun koker te kunnen aanmaken. Hun koker zal doorgaans voor het grootste gedeelte onder de bodem verborgen zijn, zodat mogelijke predatoren zoals garnalen en krabben hier niet aan kunnen. Het aquarium zou dus best reeds enkele jaren moeten draaien alvorens deze dieren in te brengen.

Hun voedsel bestaat voornamelijk uit nanoplankton en bacteriën. Gericht voederen met uit de handel verkregen preparaten is dus overbodig, vermits het niet opgenomen wordt. De vederachtige tentakels halen enkel hetgeen nodig is uit het water. Levend plankton en phytoplankton aanbieden verhoogt de levenskwaliteit van deze dieren. Zelfs pas uitgekomen Artemia-naupliën zijn te groot om opgenomen te kunnen worden. Het best kun je ze voederen door de zandbodem in de buurt van de kokerworm even om te woelen waardoor de kleine partikels terug in de stroming komen en opgenomen kunnen worden.

Uit het voorgaande kunnen we besluiten dat kokerwormen geen beginners-dieren zijn. Vaak worden ze echter in de handel aangeboden als “zeer gemakkelijk te houden”. Dat er meer gevoederd moet worden en dat er meer waterwissels moeten gedaan worden wordt er dan vaak niet bij verteld...
Wanneer de worm bedreigd wordt, dan zal hij zijn tentakelkroon vliegensvlug intrekken. Dit is immers zijn enigste verdediging tegen predatoren. In het ergste geval kan hij zijn tentakelkroon afwerpen, net zoals een hagedis zijn staart “verliest” wanneer hij aangevallen wordt. Een nieuwe tentakelkroon zal dan binnen enkele weken gevormd worden. Meestal is de nieuwe kroon iets kleiner dan de oude. Wanneer het dier verplicht is meerdere keren achter elkaar zijn kroon af te werpen, dan zal het zeker sterven. Het kost immers enorm veel energie om de nieuwe tentakelkroon opnieuw op te bouwen, terwijl er dan geen voedsel opgenomen kan worden.


  Sabellastarte magnifica. De kroon is al eens afgeworpen geweest en dan wordt de tweede kroon niet meer zo groot. Foto: Robert van Mossevelde

De kokerworm staat op het menu van vele als “reef-safe” genomineerde vissen. keizervissen, dwergkeizers, sommige doktersvissen, lipvissen, juffers, anemoonvissen, dwergbaarzen en heremietkreeften zullen aan de tentakelkroon gaan pikken als ze onvoldoende gevoederd worden.

Sabellastarte spectabilis is wellicht de meest aangeboden kokerworm in de handel. Erg kleurrijk zijn deze dieren niet, ze variëren van wit tot bruin, maar hun waaiervormige koker brengt altijd beweging in het rifaquarium en daarom zijn ze zeer geliefd bij de meeste zeewater aquariumliefhebbers.

Bronnen:

Literatuur:
Reef Invertebrates, An Essential Guide to Selection, Care and Compatibility, Anthony Calfo & Robert Fenner, Reeding Trees and Wet Web Media publications, ISBN 0-9672630-3-4

Invertebrates, A Quick Reference Guide, Julian Sprung, Ricordea Publishing, ISBN 1-883693-00-4

Internet:
http://www.marinespecies.org
www.wikepedia.nl
http://data.gbif.org
www.aquariumhobby.nl

Inloggen Registreren

Uw account aanmelden

Gebruikersnaam *
Paswoord *
Onthoud mij

Account aanmaken

Velden met een sterretje (*) zijn verplicht.
Naam *
Gebruikersnaam *
Paswoord *
Herhaal paswoord *
E-mail *
Herhaal e-mail *

Foto van de maand

Centropyge Foto Tanne Hoff

  Pictochromis caitlinae

  Foto: Danny Van Belle